zondag 6 januari 2013

Leesverslag bij stromingsboek Ivoren Wachters van Vestdijk S.


Ivoren wachters
Simon Vestdijk, Ivoren wachters, 1951, uitgeverij de Bezige Bij, Epe, 228 blz. Psychologische roman

Samenvatting
De hoofdpersoon van het verhaal is Philip Corvage, een wees en hij zit in de zesde klas van het gymnasium. Philip woont bij zijn oom Selhorst, oud-commandant van de brandweer. Philip ruïneert zijn gebit door er noten met schaal mee te kraken en zijn oom weigert de nota's van de tandarts nog te betalen. De dag voor de nieuwe cursus verliest Philip weer een kies en krijgt kiespijn door teveel chocola te eten. De tandarts vult de kies en Philip betaalt hem met een sonnet over ´ivoren wachters van het maagdarmkanaal´. Als hij thuiskomt is zijn oom, die een beroerte heeft gehad en erg opvliegend is, onredelijk en Philip vlucht naar zijn kamer waar Nel hem troost.

De eerste dag van de nieuwe cursus wordt de nieuwe leraar Nederlands, Frits Schotel de Bie, door zijn verloofde Lida Feltkamp naar school gebracht. Lida is mooi en Frits, die wil promoveren op Jan van Boendale, is idealistisch en zelfingenomen. Tijdens de eerst les die hij aan klas VI A geeft, beledigt hij Philip door te zeggen dat hij zijn afgebrande kerkhof voor zich moet houden. De hele klas wacht op zijn excuses. Lida voelt zich buitengesloten, als ze ´s middags thee drinken, omdat Frits niets over school vertelt.

´s Avonds wil Philip naar Schotel de Bie toe maar hij gaat naar Lida en hij vertelt haar wat er gebeurd is. Hij eist dat Schotel de Bie voor de klas zijn excuses aanbiedt. Als Lida dit aan Frits vertelt, weigert hij en Lida loopt kwaad weg. Ze loopt door de stad met Philip en geeft hem een afscheidskus. Als hij thuiskomt, is zijn oom woedend omdat hij een brief van de tandarts heeft gekregen waarin staat dat het volgende consult gewoon betaald moet worden. Hij noemt Philip een oplichter, waarop Philip hem aanvliegt. Zijn oom krijgt een beroerte en Philip denkt dat hij dood is. Nel geeft Selhorst daarna een klap met een wandelstok op de kop waardoor hij overlijdt. Als hij zijn tante en de dokter heeft gewaarschuwd, gaat hij naar Lida en geeft haar er de schuld van dat hij zijn oom heeft vermoord. Philip stelt haar voor te vluchten, maar zij barst in lachen uit, Philip neemt afscheid en gaat naar Nel. Nel omhelst hem. De man van Nel, die thuiskomt, vertrouwt het niet en voert Philip dronken. Bij een kanaal duwt de chauffeur Philip het water in.

De volgende dag op school hoort Schotel de Bie dat Philip zelfmoord heeft gepleegd en dat hij daarvoor verantwoordelijk wordt gehouden. Hij maakt zijn excuses aan de klas. Frits raakt over zijn toeren, vooral nadat Lida de verloving verbreekt. Schotel de Bie wordt een bultenaar zonder levensvreugde die door de leerlingen niet wordt gewaardeerd en door zijn collega's niet voor vol wordt aangezien.

Bron: http://www.boekverslag.nl/Verslag/Ivoren+Wachters/


Specifieke opdracht: verwerkingsvragen
a.      Noteer puntsgewijs de kenmerken van je stroming. Wees zo volledig mogelijk.
Ivoren Wachters werd geschreven tijdens de oorlog, om precies te zijn in 1944. Het is daarom vanzelfsprekend dat het boek valt onder de stroming “Nieuwe Zakelijkheid”, die van ongeveer 1920 tot ongeveer 1940 loopt, echter heeft het boek ook veel karaktertrekjes van de stroming “Moderne Literatuur”. De belangrijkste kenmerken van respectievelijk Nieuwe Zakelijkheid  en Moderne Literatuur zijn:
-          De stroming Nieuwe Zakelijkheid richt zich vooral op de objectieve werkelijkheid. Logischerwijs verdwijnt subjectiviteit en de eigen interpretatie daardoor op de achtergrond. Daarnaast zijn actualiteit en belangstelling voor de eigen tijd belangrijk. Het leidt allemaal tot de genres literaire reportage, tijdsromans en het drama. Taal is functioneel en sober. De auteur wil zo nuchter mogelijk schrijven, zonder enige vorm van sentimentaliteit.
-          De stroming Moderne Literatuur is, zoals dat vaak is bij stromingen, een reactie op zijn voorganger, dus de Nieuwe Zakelijkheid. De nadruk ligt dus op:
                                                       I.            De subjectieve beleving, niet de objectieve buitenwereld.
                                                     II.            De ervaring van individuele personages, meer dan op sociale groeperingen.
                                                   III.            Subjectieve gevoelens en gedachten, in plaats van op het wereldgebeuren.

Verder is men negatief als het gaat om de vraag of wij “de wereld kunnen kennen”. Daarnaast wordt door een schrijver vaak de visies van verschillende personages op eenzelfde situatie gegeven, zodat de auctoriale verteller verdwijnt. Een vaak terugkerend motief is de onmogelijkheid van communicatie. He gevolg is dat de teksten lastiger worden door dialogen die niet samenhangen en het ontbreken van een centraal perspectief.

Deze stijlen vergelijkend zou ik dit boek, Ivoren Wachters, eerder plaatsen onder modernisme dan Nieuwe Zakelijkheid. De redenen zijn dat Vestdijk verschillende personages op de situatie neer laat kijken, subjectieve beleving toont en gevoelens en gedachten gebruikt in dit boek.

Bron: https://lic.ned.univie.ac.at/?str_id=14

b.      Licht de kenmerken die je bij a genoemd heb toe met voorbeelden uit de tekst, situaties uit de tekst of fragmenten.
Qua taal wordt gelijk duidelijk dat Ivoren Wachters tot  de Nieuwe Zakelijkheid behoort; er worden veel moeilijke woorden en dat leidt, zeker bij de jeugdige lezer, al gauw tot onbegrip en tot het verliezen van de draad van het verhaal. Bovendien maken de lange en moeilijke woorden tot onpersoonlijkheid in de manier van schrijven en laat dat nu juist zijn waar de Nieuwe Zakelijkheid om bekend staat. Verder zijn lange zinstructuren geen uitzondering, worden veel bijvoeglijke naamwoorden achter elkaar gebruikt en wordt hier en daar een Latijns citaat toegevoegd:
“Allemaal rood zag hij voor zich, zwaar verzadigd wijnrood, en daar doken gezichten in op:  Elly Temminck, met haar spitse kin vlak boven een rood tijdschrift, alsof zij met die kin uit een plas bloed dronk; en de oude heer, die zijn vulpen niet had willen geven, en de meid, die hen binnen gelaten had en die hij gezegd had, dat Elly zijn verloofde was, en Wim Perelaar en Han Temminck, die misschien nog buiten stonden, in een angstig-rode verwachting voor de stoep, en de tandarts en zijn vrouw op het schilderij, kleinburgerlijk gelikt, maar nu als besproeid met bloed door een satanistisch pointilist; en vele anderen. (Pag. 23).

Verder is het boek ook totaal niet bezig met toekomst of verleden; het verhaal, misschien is dit wel helemaal niet wat er mee bedoeld wordt hoor, vindt plaats vanaf een bepaald moment en begint dan als het ware te lopen en dan stopt het op een bepaald punt. Tussen die twee punten wordt je als lezer niet verplaatst naar toekomst of verleden. Het heden staat dus centraal.

Het probleem van het kiezen van een stroming bij dit boek zit hem hier in: de ervaringen van individuele personages spelen een grote rol, sociale groeperingen komen er geheel niet in voor. Er is in het boek wel sprake van de klas 6A, maar wat die vindt van hun docent etc. komt geheel niet aan bod; er zijn een aantal personen die uitvoerig belicht worden. Ook subjectieve gevoelens zijn dus belangrijker dan het wereldgebeuren.

c.       Leg uit in welke mate het door jou gekozen boek een exponent is van de desbetreffende stroming.
Al met al kan ik dus als leek geen duidelijk antwoord geven op deze vraag. Het boek is geschreven in zo’n overgangsperiode tussen twee stromingen en dat blijkt dus ook uit het boek zelf. Als ik op gevoel zou moeten afgaan, spreekt Moderne Literatuur mij toch gewoon meer aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten