Ivoren
wachters
Simon Vestdijk, Ivoren wachters, 1951, uitgeverij de Bezige Bij,
Epe, 228 blz. Psychologische roman
Samenvatting
De hoofdpersoon van het verhaal is Philip Corvage, een wees en hij
zit in de zesde klas van het gymnasium. Philip woont bij zijn oom Selhorst,
oud-commandant van de brandweer. Philip ruïneert zijn gebit door er noten met
schaal mee te kraken en zijn oom weigert de nota's van de tandarts nog te
betalen. De dag voor de nieuwe cursus verliest Philip weer een kies en krijgt
kiespijn door teveel chocola te eten. De tandarts vult de kies en Philip
betaalt hem met een sonnet over ´ivoren wachters van het maagdarmkanaal´. Als
hij thuiskomt is zijn oom, die een beroerte heeft gehad en erg opvliegend is,
onredelijk en Philip vlucht naar zijn kamer waar Nel hem troost.
De eerste dag van de nieuwe cursus wordt de nieuwe leraar
Nederlands, Frits Schotel de Bie, door zijn verloofde Lida Feltkamp naar school
gebracht. Lida is mooi en Frits, die wil promoveren op Jan van Boendale, is
idealistisch en zelfingenomen. Tijdens de eerst les die hij aan klas VI A
geeft, beledigt hij Philip door te zeggen dat hij zijn afgebrande kerkhof voor
zich moet houden. De hele klas wacht op zijn excuses. Lida voelt zich
buitengesloten, als ze ´s middags thee drinken, omdat Frits niets over school
vertelt.
´s Avonds wil Philip naar Schotel de Bie toe maar hij gaat naar
Lida en hij vertelt haar wat er gebeurd is. Hij eist dat Schotel de Bie voor de
klas zijn excuses aanbiedt. Als Lida dit aan Frits vertelt, weigert hij en Lida
loopt kwaad weg. Ze loopt door de stad met Philip en geeft hem een
afscheidskus. Als hij thuiskomt, is zijn oom woedend omdat hij een brief van de
tandarts heeft gekregen waarin staat dat het volgende consult gewoon betaald
moet worden. Hij noemt Philip een oplichter, waarop Philip hem aanvliegt. Zijn
oom krijgt een beroerte en Philip denkt dat hij dood is. Nel geeft Selhorst
daarna een klap met een wandelstok op de kop waardoor hij overlijdt. Als hij
zijn tante en de dokter heeft gewaarschuwd, gaat hij naar Lida en geeft haar er
de schuld van dat hij zijn oom heeft vermoord. Philip stelt haar voor te
vluchten, maar zij barst in lachen uit, Philip neemt afscheid en gaat naar Nel.
Nel omhelst hem. De man van Nel, die thuiskomt, vertrouwt het niet en voert
Philip dronken. Bij een kanaal duwt de chauffeur Philip het water in.
De volgende dag op school hoort Schotel de Bie dat Philip
zelfmoord heeft gepleegd en dat hij daarvoor verantwoordelijk wordt gehouden.
Hij maakt zijn excuses aan de klas. Frits raakt over zijn toeren, vooral nadat
Lida de verloving verbreekt. Schotel de Bie wordt een bultenaar zonder
levensvreugde die door de leerlingen niet wordt gewaardeerd en door zijn
collega's niet voor vol wordt aangezien.
Bron: http://www.boekverslag.nl/Verslag/Ivoren+Wachters/
Specifieke opdracht: verwerkingsvragen
a. Noteer
puntsgewijs de kenmerken van je stroming. Wees zo volledig mogelijk.
Ivoren Wachters werd geschreven
tijdens de oorlog, om precies te zijn in 1944. Het is daarom vanzelfsprekend
dat het boek valt onder de stroming “Nieuwe Zakelijkheid”, die van ongeveer
1920 tot ongeveer 1940 loopt, echter heeft het boek ook veel karaktertrekjes
van de stroming “Moderne Literatuur”. De belangrijkste kenmerken van respectievelijk
Nieuwe Zakelijkheid en Moderne
Literatuur zijn:
-
De stroming Nieuwe Zakelijkheid richt zich
vooral op de objectieve werkelijkheid. Logischerwijs verdwijnt subjectiviteit
en de eigen interpretatie daardoor op de achtergrond. Daarnaast zijn actualiteit
en belangstelling voor de eigen tijd belangrijk. Het leidt allemaal tot de
genres literaire reportage, tijdsromans en het drama. Taal is
functioneel en sober. De auteur wil zo nuchter mogelijk schrijven, zonder enige
vorm van sentimentaliteit.
-
De stroming Moderne Literatuur is, zoals dat
vaak is bij stromingen, een reactie op zijn voorganger, dus de Nieuwe
Zakelijkheid. De nadruk ligt dus op:
I.
De subjectieve beleving, niet de objectieve
buitenwereld.
II.
De ervaring van individuele personages, meer
dan op sociale groeperingen.
III.
Subjectieve gevoelens en gedachten, in plaats
van op het wereldgebeuren.
Verder is men negatief als het gaat om
de vraag of wij “de wereld kunnen kennen”. Daarnaast wordt door een schrijver
vaak de visies van verschillende personages op eenzelfde situatie gegeven,
zodat de auctoriale verteller verdwijnt. Een vaak terugkerend motief is de
onmogelijkheid van communicatie. He gevolg is dat de teksten lastiger worden
door dialogen die niet samenhangen en het ontbreken van een centraal
perspectief.
Deze stijlen vergelijkend zou ik dit
boek, Ivoren Wachters, eerder plaatsen onder modernisme dan Nieuwe
Zakelijkheid. De redenen zijn dat Vestdijk verschillende personages op de
situatie neer laat kijken, subjectieve beleving toont en gevoelens en gedachten
gebruikt in dit boek.
Bron: https://lic.ned.univie.ac.at/?str_id=14
b. Licht de
kenmerken die je bij a genoemd heb toe met voorbeelden uit de tekst, situaties
uit de tekst of fragmenten.
Qua taal wordt gelijk duidelijk dat
Ivoren Wachters tot de Nieuwe
Zakelijkheid behoort; er worden veel moeilijke woorden en dat leidt, zeker bij
de jeugdige lezer, al gauw tot onbegrip en tot het verliezen van de draad van
het verhaal. Bovendien maken de lange en moeilijke woorden tot
onpersoonlijkheid in de manier van schrijven en laat dat nu juist zijn waar de
Nieuwe Zakelijkheid om bekend staat. Verder zijn lange zinstructuren geen
uitzondering, worden veel bijvoeglijke naamwoorden achter elkaar gebruikt en
wordt hier en daar een Latijns citaat toegevoegd:
“Allemaal rood zag hij voor zich,
zwaar verzadigd wijnrood, en daar doken gezichten in op: Elly Temminck, met haar spitse kin vlak boven
een rood tijdschrift, alsof zij met die kin uit een plas bloed dronk; en de
oude heer, die zijn vulpen niet had willen geven, en de meid, die hen binnen
gelaten had en die hij gezegd had, dat Elly zijn verloofde was, en Wim Perelaar
en Han Temminck, die misschien nog buiten stonden, in een angstig-rode
verwachting voor de stoep, en de tandarts en zijn vrouw op het schilderij,
kleinburgerlijk gelikt, maar nu als besproeid met bloed door een satanistisch
pointilist; en vele anderen. (Pag. 23).
Verder is het boek ook totaal niet bezig met toekomst of verleden;
het verhaal, misschien is dit wel helemaal niet wat er mee bedoeld wordt hoor,
vindt plaats vanaf een bepaald moment en begint dan als het ware te lopen en
dan stopt het op een bepaald punt. Tussen die twee punten wordt je als lezer
niet verplaatst naar toekomst of verleden. Het heden staat dus centraal.
Het probleem van het kiezen van een
stroming bij dit boek zit hem hier in: de ervaringen van individuele personages
spelen een grote rol, sociale groeperingen komen er geheel niet in voor. Er is
in het boek wel sprake van de klas 6A, maar wat die vindt van hun docent etc.
komt geheel niet aan bod; er zijn een aantal personen die uitvoerig belicht
worden. Ook subjectieve gevoelens zijn dus belangrijker dan het wereldgebeuren.
c. Leg uit in
welke mate het door jou gekozen boek een exponent is van de desbetreffende
stroming.
Al met al kan ik dus als leek geen
duidelijk antwoord geven op deze vraag. Het boek is geschreven in zo’n
overgangsperiode tussen twee stromingen en dat blijkt dus ook uit het boek
zelf. Als ik op gevoel zou moeten afgaan, spreekt Moderne Literatuur mij toch
gewoon meer aan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten