Oeroeg
Oeroeg, Haase, Hella S. 1948, Em. Querido’s Uitgeverij
B.V, Amsterdam, 88 pagina’s, roman
Samenvatting
De ik-figuur denkt aan zijn jeugd in Nederlands-Indië.
De ik-figuur (zijn naam komen we niet te weten) speelt
veel samen met de Indonesische Oeroeg. Het liefst spelen ze op de kampong bij
het huis van Oeroeg. De vader van de ik-figuur vindt dat zijn zoon door zijn
vriendschap met Oeroeg te weinig Nederlands praat. Ieder Nederlands woord wordt
afgewisseld met een Soendanees woord. Vader en moeder besluiten dat de
ik-figuur tot aan het schooljaar (hij is immers al zes jaar) enkele uren per
dag privéles krijgt om zijn Nederlandse taal op te vijzelen. Oeroeg is erg
nieuwsgierig naar de lessen en volgt ze dan ook via een open raam. De lessen
van meneer Bollinger hebben resultaat, maar zelfs jaren later heeft de
ik-figuur nog een Soendanees accent. De vader van de ik-figuur heeft liever dat
zijn zoon niet meer op de kampong speelt. Oeroeg moet maar bij hun huis op
Kebon Djati komen spelen. De ik-figuur speelt liever niet thuis, maar Oeroeg
vindt het prima.
Er worden voorbereidingen getroffen voor het eerste
schooljaar van de ik-figuur. Hij krijgt nieuwe kleren en schoenen. Van zijn
vader krijgt hij een echte schooltas. De ik-figuur reist vanaf nu iedere dag met de trein naar zijn school
in Soekaboemi. Hij is wel teleurgesteld dat Oeroeg niet naar dezelfde school
als die van hem gaat. De moeder van de ik-figuur verklaart dat dat logisch is,
want Oeroeg is immers een inlandse jongen.
Op een dag krijgen Oeroegs ouders visite. De bezoekers,
waaronder meneer Bollinger, dineren bij het gezin. Later wordt voorgesteld om
een rit te maken naar Telaga Hideung (=het Zwarte Meer). De ik-figuur wordt
enthousiast. Hij kent het Zwarte Meer alleen van spannende verhalen, waarin
gesproken wordt over monsters en spoken. Bij wijze van uitzondering mag de
ik-figuur mee. Onderweg worden Deppoh en de tuinman Danoeh met de auto
opgepikt. Bij aankomst is de ik-figuur enigszins teleurgesteld. Het meer is
niet zo eng als hij verwacht had. De heren nemen hun badkleding mee naar een
bamboehuisje aan het water. De ik-figuur en de dames klimmen op een vlot,
terwijl de heren zich in het bamboehuisje omkleden. Na een korte zwempartij
klimmen de mannen ook op het vlot. De heren spelen haasje-over en willen
jonassen. Door de wilde bewegingen van de volwassenen, scheurt het vlot en valt
de ik-figuur in het donkere water....
De ik-figuur ontwaakt in zijn bed. Hij denkt dat hij
alles gedroomd heeft, maar niets is minder waar. Na de val van het vlot is de
ik-figuur bewusteloos te water geraakt. Deppoh is bij de reddingsactie om de
ik-figuur te vinden, overleden . De ik-figuur voelt zich schuldig dat de vader
van zijn beste vriend is gestorven om hèm te redden. Korte tijd later verhuist
de familie van Oeroeg. Ze gaan bij een familielid inwonen in een desa op de
berg. Oeroeg gaat bij zijn achterneef, een huisjongen van de familie van de
ik-figuur, inwonen. De ik-figuur en Oeroeg reizen nu samen met de trein naar
Soekaboemi. Ze gaan nog wel naar verschillende scholen. De vader van de
ik-figuur betaalt de schoolopleiding van Oeroeg.
Als de ik-figuur in de vierde klas van de lagere school
zit, gaat zijn moeder weg. Volgens vader moet ze voor onbepaalde tijd op reis.
Pas later beseft de ik-figuur de ware reden van haar vertrek. Meneer Bollinger wordt vervangen door Gerard
Stokman. De jongens kunnen goed met Gerard opschieten. Hij neemt hen regelmatig
mee op expedities. Oeroeg en de ik-figuur bewonderen de jachthut in de bergen,
die Gerard helemaal gerestaureerd heeft. Regelmatig neemt hij de jongens mee
voor een varkensjacht. Daarbij worden ze begeleid door de koeli Ali.
De ik-figuur kan slecht met zijn vader overweg. Ze leven
als vreemden naast elkaar. Vader begrijpt niet dat zijn zoon ontdekkingsreiziger
wil worden. Een paar dagen voor zijn elfde verjaardag, praat vader met zijn
zoon. Hij heeft enkele maanden verlof en wil gaan reizen. Vader denkt erover
zijn zoon naar Nederland te sturen, zodat die naar de kostschool kan. De
ik-figuur herinnert zich de verhalen van Gerard over Nederland en wil bij
Oeroeg blijven. Na enkele woordenwisselingen wordt besloten dat de ik-figuur
tot aan zijn toelatingsexamen voor de HBS in Indië kan blijven. De ik-figuur
wordt in een huis in Soekaboemi ondergebracht. Hij wordt verzorgd door een
voormalige Nederlandse verpleegster, genaamd Lida. De ik-figuur beseft dat zijn
vader op deze manier probeert hem bij Oeroeg weg te houden. Hij is verbitterd
en wil zo weinig mogelijk met zijn vader te maken hebben. De ik-figuur en
Oeroeg spijbelen veel om bij elkaar te kunnen zijn. Na een paar maanden
verhuist Oeroeg eveneens naar het pension van Lida. Oeroeg krijgt het
schooladvies om naar de MULO of AMS te gaan. De vader van de ik-figuur denkt
dat Oeroeg weinig beroepskansen heeft en weigert dan ook voor zijn opleiding te
betalen. Lida raakt meer en meer op Oeroeg gesteld en besluit hem te helpen. Ze
vertelt hem over het beroep van arts en Oeroeg is zeer enthousiast.
Na een jaar keert de vader van de ik-figuur terug. Hij is
inmiddels getrouwd met Eugenie. Vader beslist dat de ik-figuur de zomervakantie
moet doorbrengen op Kebon Djati. Oeroeg blijft in Soekaboemi. De ik-figuur
heeft een hekel aan zijn stiefmoeder. Hij verafschuwt haar autoritaire gedrag
ten opzichte van het personeel. Regelmatig ontsnapt hij om Oeroeg op te zoeken.
Lida heeft inmiddels een pension in Batavia overgenomen en in september trekken
zij en Oeroeg daar naartoe. Oeroeg gaat naar de MULO en de ik-figuur gaat in
Batavia naar de HBS. De ik-figuur komt in een internaat terecht. Regelmatig
brengt hij een bezoek aan het pension van Lida. Oeroeg krijgt meer en meer
kenmerken van een Europese jongen. Hij wil nauwelijks nog herinnerd worden aan
zijn verleden en praat alleen nog maar Nederlands.
De puberteit brengt de ik-figuur in verwarring. Hij
heeft, in tegenstelling tot Oeroeg,
problemen om met meisjes om te gaan. Oeroeg en de ik-figuur praten over
de toekomst. De ik-figuur wil ingenieur worden. Oeroeg wil naar de Nederlands-Indische
Artsenschool in Soerabaja. Hij droomt ervan om naar Amerika te gaan, want daar
wordt een mens niet beoordeeld op zijn ras en afkomst. Lida heeft intussen
grote moeite met de opvoeding van Oeroeg. Ze zorgt ervoor dat hij opgenomen
wordt in het internaat van de HBS, waar de ik-figuur ook woont. Oeroeg heeft
grote problemen met de afwijzingen van de 'Europese' jongens. Hij voelt zich
anders. In deze periode ontstaat een verwijdering tussen Oeroeg en de
ik-figuur. Oeroeg bouwt een vriendschap op met een jongen van Arabische afkomst
(Abdullah), die eveneens naar de NIAS gaat.
Een bezoek van de ik-figuur aan Kebon Djati loopt uit op
een teleurstelling. Gerard is met verlof en moeder schrijft de ik-figuur
waarbij ze doet alsof hij nog een kleine jongen is. De ik-figuur voelt zich
zelfs een vreemde in het huis van Sidris (de moeder van Oeroeg). De volgende
dag keert hij weer terug naar Batavia. Oeroeg studeert aan de NIAS en woont met
Abdullah bij familie. Lida raakt meer en meer teleurgesteld in haar
pensionverblijf en verlangt ernaar bij Oeroeg te zijn. Na enkele maanden
verkoopt ze haar pension en verhuist ze naar Soerabaja. De ik-figuur heeft dan
alleen nog maar via brieven contact met hen.
De ik-figuur slaagt op zeventienjarige leeftijd voor zijn
eindexamen en bespreekt de toekomst met zijn vader. Hij wil graag ingenieur
worden en gaat nog datzelfde jaar naar Delft om te studeren. Voor zijn vertrek
gaat hij naar Soerabaja om afscheid te nemen van Oeroeg en Lida. De ik-figuur
merkt dat nu alles anders is. De vertrouwelijkheid is er niet meer en het
bezoek eindigt met een felle discussie over de Nederlandse onderdrukking.
Tijdens en na de beëindiging van zijn studie, denkt de
ik-figuur veel na over het lot van Oeroeg, Lida, zijn vader en het gezin. Na de
capitulatie van Japan hoort de ik-figuur dat zijn vader overleden is. Ondanks
alle inspanningen kan hij geen contact krijgen met Oeroeg en Lida. De ik-figuur
verlangt naar zijn geboorteland Indië. Hij solliciteert naar een betrekking en
reist af naar Batavia. Tijdens een patrouille reist hij mee richting Kebon
Djati. De thuiskomst is teleurstellend. De onderneming van zijn vader is
volledig verwaarloosd en verwilderd. Het landschap geeft een spookachtige
indruk. Alleen de bergen en het meer zijn nog hetzelfde gebleven. Plotseling
hoort de ik-figuur een geluid naast zich. Hij draait zich om en kijkt recht in
de ogen van Oeroeg. Oeroeg draagt een wapen en dreigt de ik-figuur neer te
schieten. De ik-figuur beseft dat een gesprek niet mogelijk is. Als hij even
omkijkt, is Oeroeg plotseling weer verdwenen. Later twijfelt de ik-figuur of
het Oeroeg wel was.
1. Verwachtingen
Ik had nog één boek nodig om
mijn leeslijst mee aan te vullen en toen kwam dit boek in mij op, als zijnde
het boekje dat iedereen leest om snel met zijn lijst klaar te zijn. Ik had willen
voorkomen het boekje om de hiervoor genoemde reden te lezen, maar helaas.
2. Motieven en thema
Het voornaamste thema is de
vriendschap tussen Oeroeg en de ik-figuur. De vriendschap is gebaseerd op
puurheid en kinderlijke eerlijkheid als ze nog klein zijn. Beiden beseffen in
eerste instantie niet wat voor soort vriendschap ze hebben, dat het in de
toekomst niet goed zou kunnen gaan. Ze horen bij elkaar, zo voelen ze dat. De
vriendschap blijkt echter niet bestand tegen de veranderingen die de jongens doormaken
tijdens hun pubertijd en studie. Daarnaast is “cultuurverschillen” een thema
dat in dit boek naar voren komt. Een motief waardoor de vriendschap ophoudt te
bestaan is de discriminatie die speelt
tussen de Nederlanders in Indië en de inlanders. Ook eenzaamheid is een motief.
De ik-figuur voelt zich vaak alleen en Oeroeg is eigenlijk de enige die echt
dichtbij hem staat. Zonder Oeroeg heeft hij niemand.
3. Beoordeling
a.
Schrijfstijl
Hella Haasse gebruikt vrij
korte en duidelijke zinnen. Wel staan er, als vanzelfsprekend, veel Indische
woorden in het boek die nergens worden uitgelegd of vertaald. het is dan soms
gissen wat ze nu precies betekenen, maar vaak wordt het door de context toch
wel duidelijk.
b.
Inhoud
-
Vertelperspectief: Het verhaal wordt verteld door
de ik-persoon van het verhaal. De lezer ervaart wat hij meemaakt en doet dat
vanuit zijn perspectief en denkbeelden.
-
Tijd: De gebeurtenissen zijn één grote
flash-back, maar worden chronologisch beschreven. Ze spelen zich af in de jaren
'40 en '50. De totale vertelde tijd is ongeveer 15 jaar, beginnend bij het
zesde levensjaar van de ik-figuur. De vertelde tijd eindigt als de ik-figuur
naar Indië terugkeert, kort na het beëindigen van zijn opleiding in Delft. Hij
is dan ongeveer 21 jaar.
4. Eindoordeel
|
|
|
|