zaterdag 5 januari 2013

Algemeen leesverslag bij Bezonken Rood van Jeroen Brouwers


Bezonken rood
Brouwers, Jeroen, Bezonken rood, 1981, uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 152 blz. autobiografische oorlogsroman

Samenvatting
De gebeurtenissen in Bezonken rood spelen zich afwisselend af in het verleden en in het heden. Voor de duidelijkheid zullen in deze samenvatting de gebeurtenissen zoveel mogelijk in chronologische volgorde weergegeven worden.

Op een winterse dag in 1981 krijgt Jeroen een telefoontje. Het blijkt dat zijn moeder is overleden in het verzorgingstehuis. Naar aanleiding van het telefoontje komen er allerlei herinneringen bij Jeroen boven over het interneringskamp Tjideng. Na de inval van de Japanners in Nederlands-Indië, brengt hij er drie jaar van zijn leven door, samen met zijn grootmoeder, moeder en zusje. Het kamp staat onder leiding van Kenitji Sone. Vader verblijft in de oorlogstijd als krijgsgevangene in Japan. Jeroens twee oudere broers blijken, achteraf, op Java in mannenkampen opgesloten te hebben gezeten. Jeroen bewoont samen met de andere gezinsleden een gedeelte van een keuken. Als kind heeft moeite met bidden. Hij kan wel alle gebeden opzeggen, maar écht bidden doet hij nooit. Zijn moeder laat eveneens het bidden over aan andere mensen, waaronder haar eigen moeder. Jeroen kan alleen zien dat zijn oma nog leeft, als ze de kralen van de rozenkrans door haar vingers laat lopen. Dagelijks wordt Jeroen geconfronteerd met de dood en zelfs al vóór hij kan lezen, weet hij er alles vanaf. De vrouwen in het kamp worden mishandeld, vernederd en verkracht. Er zijn dagelijks appèls, waarbij alle vrouwen en kinderen worden geteld. Ze moeten bevelen opvolgen als: in de houding staan, buigen, blijven staan in gebogen houding, 'lang leve de keizer' roepen en met kwakende geluiden kikkeren (in hurkhouding kikkersprongen maken). Jeroen is, gelukkig voor zijn moeder, eenvoudig te herkennen tussen alle kleine kinderen. Hij draagt een tropenhelm, waar hij bijzonder trots op is.

Op zijn vijfde verjaardag, 30 april 1945, krijgt hij het boek Daantje gaat op reis. Aan de hand van dit boek leert zijn moeder hem lezen. Vier dagen later overlijdt Jeroens grootmoeder. In juni van dat jaar krijgt Jeroens zus dysenterie als ze met een rolschaats in het open riool terechtkomt. Ze wordt tot haar genezing opgenomen in het kampziekenhuis. Eind juli overlijdt Jeroens opa. In de eerste helft van augustus sterft Nettie Stenvert, Jeroens vriendinnetje. Jeroen heeft geen emoties meer en denkt alleen maar aan het inpikken van Netties pop. Om zelf in leven te blijven oefent hij elke dag de woorden, die zijn moeder hem leert. Iemand die stervende is, is niet meer in staat om de vliegen van zich af te slaan en daarom jaagt Jeroen elke dag op vliegen. Ze worden voor hem symbolisch voor de dood.

Begin augustus van 1945 worden twee atoombommen afgeworpen op Japan (Hirosjima en Nagasaki). Voor straf moeten de gevangenen twaalf uur in de houding staan en kikkeren. Al hun schamele bezittingen worden verbrand, maar Jeroen draagt zijn boek van Daantje onder zijn kleren. Het voedsel van een Rode Kruis-hulpwagen, wordt in een door de vrouwen gegraven gat geworpen. Jeroens moeder heeft stiekem rijst achter haar BH verstopt, maar wordt mishandeld zodra ze betrapt wordt. Hierover zegt hij: "Mijn moeder was de mooiste moeder, op dat moment hield ik op van haar te houden." Drie dagen lang krijgen de gevangenen geen eten of drinken. Op 2 september 1945 capituleert Japan, maar de gevangenen moeten nog enkele maanden in het kamp verblijven.

Na de oorlog wordt het gezin weer herenigd. Ze emigreren naar Nederland. Op 10-jarige leeftijd wordt Jeroen ondergebracht in kostscholen om opnieuw opgevoed te worden. Hij voelt zich verraden door zijn moeder en wenst haar dood.




Zes à zeven jaar vóór zijn moeders overlijden, ontmoet Jeroen een vrouw. Ze heet Liza en een uur na hun kennismaking gaan ze met elkaar naar bed. Liza loopt mee in de optocht, terwijl Jeroen vanuit het slaapkamerraam kijkt en denkt: "ik voel niets meer voor haar". Na een verblijf van drie dagen vertrekt hij om haar weer te vergeten. Een maand voor zijn moeders overlijden, ontmoet hij Liza opnieuw. Jeroen is dan inmiddels getrouwd en vader geworden van een dochter. Het gesprek is weinig diepzinnig. Jeroen vraagt zich intussen af hoe hij geworden is, zoals hij is.

De avond voor het overlijden van zijn moeder krijgt Jeroen bezoek van de schrijver Ger Verrips. Ze praten over literatuur en politiek. Later op de avond kijkt Jeroen TV. Hij ergert zich aan de Duitse nasynchronisatie van een Japanse film. Terwijl hij het eelt van zijn voeten vijlt, vraagt hij zich af waarom iedereen altijd denkt dat de Duitse onderdrukking 'erger' was, dan de Japanse.

Jeroen heeft al lange tijd geen contact meer met zijn moeder en wenst ook niet bij haar crematie aanwezig te zijn. Wel wil hij een uitgebreid verslag hebben van de plechtigheid. Jeroen besluit als hommage op het tijdstip van de crematie voor te lezen uit 'Daantje gaat op reis'. Hij kan het boek helaas niet meer vinden. Jeroen voelt zich ellendig en kan de gedachte aan zijn moeder niet van zich afzetten. Hij neemt een pil om wat te kalmeren en besluit dat hij zijn naam niet in de rouwadvertentie vermeld wil zien. Voor zijn gevoel is zijn moeder al lange tijd geleden overleden. Jeroen raakt verward. Hij herinnert zich de tijden met Liza en voelt zich opnieuw verliefd. Daarnaast heeft toch rouwgevoelens voor zijn moedere. Dit verwart hem. Eigenlijk wil hij helemaal niks voelen. Hij wacht bij de telefoon en hoopt dat zijn moeder belt, maar dan met de stem van Lisa.

Jeroen vraagt zich af naar welke televisieprogramma's zijn moeder heeft gekeken, kort voor haar overlijden. Hij krijgt wederom een telefoontje van het verzorgingstehuis. De persoon vraagt of hij belang heeft bij een erfstuk. Hij heeft geen belangstelling. Wel krijgt hij enkele weken later haar fotoalbums te zien. Om zijn gedachten te verzetten, rijdt Jeroen op de dag van de crematie uren rond. Als hij weer thuis komt, werkt hij verder aan zijn boek over zelfmoord in de Nederlandstalige literatuur.

Jeroen besluit een boek te schrijven over zijn tijd in Tjideng. Eigenlijk vindt hij dat hij geen boek màg schrijven over het leven in Tjideng, omdat hij daar een onbezorgde tijd heeft gehad. Hij was levenslustig en leed géén honger, omdat zijn moeder regelmatig eten smokkelde. De enige reden die hij noemt om dit boek te schrijven is 'octaviteit'.

Bron: http://www.boekverslag.nl/Verslag/Bezonken+rood/

1.      Verwachtingen
Het boek zelf kwam ik tegen op zo’n site met een overzicht van literatuur per niveau. Het boek stond op een stevige niveau 5, dus leek het me wel wat om te lezen. Verwachtingen had ik eigenlijk niet heel erg, maar ik wist wel dat het boek betrekking zou hebben op de gruwelheden op Indonesië. Verder had ik wel iets meer verwacht als het ging om literaire diepte, aangezien het bij niveau 5 werd ingedeeld.

2.      Motieven en thema
Moeder-zoon relatie:
Het hoofdthema in Bezonken rood is de moeder-zoon relatie. Deze is grotendeels verstoord en Jeroen is, mede daardoor, niet in staat om een duurzame liefdesrelatie met een vrouw aan te gaan.



Isolement:
Jeroen voelt zich op diverse manieren in de steek gelaten. Hij voelt zich verraden door zijn moeder, die hem naar kostscholen stuurt. De dichte mist, die regelmatig in het verhaal terugkeert, symboliseert zijn geïsoleerde gevoel.

Schuldgevoel:
Jeroen voelt zich medeplichtig aan alle gruwelijkheden in het interneringskamp, doordat hij er als kleuter bij heeft staan kijken. Hij heeft wroeging, omdat hij niet heeft ingegrepen. Hij geeft zelfs toe dat er niet ongelukkig is geweest en dat hij geen hongergevoelens heeft gehad.

Dood:
Op alle mogelijke manieren wordt de ik-figuur geconfronteerd met de dood. In zijn jeugdjaren ziet hij in Tjideng veel gevangenen mishandeld en vermoord worden. Zijn vriendinnetje en oma overlijden in het kamp. De dood van zijn moeder is de aanleiding tot alle herinneringen.

3.      Beoordeling
a.      Schrijfstijl
De auteur gebruikt weinig moeilijke woorden. Er zijn geen directe gesprekken en daardoor beleef je de gebeurtenissen eenzijdig, aangezien men het verhaal alleen maar beleeft door de woorden van Brouwers en tegelijkertijd wordt het verhaal, naar mijn mening, een tikje onbetrouwbaar, maar of dat een gegronde uitspraak is…
Verder gebruikt hij veel dubbelzinnigheid d.m.v. symbolen en uitdrukkingen, trouwens ook een aantal filosofische zinnen, waar je vaak goed over moet nadenken wil je de rest van het verhaal kunnen volgen.

Er aber, in seiner gewöhnlichen Art, hüllte sich in Geheimnisse, indem er mich mit grossen Augen anblickte und mir die Worte wiederholte: „Die Mütter! Mütter! 's klingt so wunderlich!“ (Pag. 152)

b.      Vertelperspectief
Bezonken rood is geschreven vanuit een ik-vertelsituatie. De ik-figuur speelt zelf de hoofdrol in zijn eigen verhaal. De auteur beweert dat al zijn werk autobiografisch is. Dit is ook precies waar Brouwers op een gegeven moment kritiek op heeft gekregen van ene Rudy Kousbroek ( vraag me niet hoe ik dit te weten ben gekomen). Volgens hem zat Bezonken Rood vol leugens en overdrijvingen. Het is een lastige discussie, aangezien Brouwers het verhaal natuurlijk niet geheel objectief vertelt. Hij heeft er zelf ooit middenin gezeten en dan is het logisch dat je dingen wat persoonlijker opvat en er al gauw wat meer superlatieven tegenaan gooit.

Personages
Hetgeen was mij het meest stoorde aan de personages in dit verhaal was het feit dat je ze maar heel oppervlakkig leert kennen; er worden immers slechts belangrijke stukjes uit hun leven verteld: het kamp, de kostschool, de relatie met Liza en de dood van zijn moeder. Verder was het lastig om Brouwers zelf te begrijpen, ervan uitgaande dat ook hij een personage in het verhaal is. Vooral de verbitterdheid omtrent de relatie met zijn moeder is lastig te begrijpen.





4.      Eindoordeel





Al met al vind ik Bezonken Rood van Jeroen Brouwers toch een bovengemiddeld boek. Het boek wordt alleen wel een beetje “afzijdig” beschreven, men leert de personages in zo’n geringe mate te kennen. Nu ik zo zit te typen zou dat natuurlijk ook een middel van Brouwers kunnen zijn om het verlaten gevoel dat hij heeft ook aan de lezer te geven. Dan zou het natuurlijk weer geniaal zijn.

De manier van schrijven is dan misschien niet prettig, maar is toch zeker wel origineel te noemen; er wordt vaak dubbelzinnigheid gebruikt waardoor een eigen interpretatie mogelijk is en de lezer een beetje in de war wordt gebracht. Toch moet ik wel te kennen geven dat het boek vooral in het begin langdradig is en niet lekker leest. Dit door de vele herhalingen en gebeurtenissen uit zijn leven en dus al die dubbelzinnigheid die hij gebruikt. Een ander te noemen punt van kritiek is dat je gemakkelijk over die dubbelzinnigheid heen leest, waardoor passages, maar ook het verhaal, later onbegrijpelijk worden.

Tenslotte vind ik het verhaal erg realistisch geschreven. Je krijgt een goed beeld van het leven in zo’n Jappenkamp.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten