Bezonken
rood
Brouwers, Jeroen, Bezonken rood, 1981, uitgeverij De
Arbeiderspers, Amsterdam, 152 blz. autobiografische oorlogsroman
Samenvatting
De gebeurtenissen in Bezonken rood spelen zich afwisselend af in
het verleden en in het heden. Voor de duidelijkheid zullen in deze samenvatting
de gebeurtenissen zoveel mogelijk in chronologische volgorde weergegeven
worden.
Op een winterse dag in 1981 krijgt Jeroen een telefoontje. Het
blijkt dat zijn moeder is overleden in het verzorgingstehuis. Naar aanleiding
van het telefoontje komen er allerlei herinneringen bij Jeroen boven over het
interneringskamp Tjideng. Na de inval van de Japanners in Nederlands-Indië,
brengt hij er drie jaar van zijn leven door, samen met zijn grootmoeder, moeder
en zusje. Het kamp staat onder leiding van Kenitji Sone. Vader verblijft in de
oorlogstijd als krijgsgevangene in Japan. Jeroens twee oudere broers blijken,
achteraf, op Java in mannenkampen opgesloten te hebben gezeten. Jeroen bewoont
samen met de andere gezinsleden een gedeelte van een keuken. Als kind heeft
moeite met bidden. Hij kan wel alle gebeden opzeggen, maar écht bidden doet hij
nooit. Zijn moeder laat eveneens het bidden over aan andere mensen, waaronder
haar eigen moeder. Jeroen kan alleen zien dat zijn oma nog leeft, als ze de
kralen van de rozenkrans door haar vingers laat lopen. Dagelijks wordt Jeroen
geconfronteerd met de dood en zelfs al vóór hij kan lezen, weet hij er alles
vanaf. De vrouwen in het kamp worden mishandeld, vernederd en verkracht. Er zijn
dagelijks appèls, waarbij alle vrouwen en kinderen worden geteld. Ze moeten
bevelen opvolgen als: in de houding staan, buigen, blijven staan in gebogen
houding, 'lang leve de keizer' roepen en met kwakende geluiden kikkeren (in
hurkhouding kikkersprongen maken). Jeroen is, gelukkig voor zijn moeder,
eenvoudig te herkennen tussen alle kleine kinderen. Hij draagt een tropenhelm,
waar hij bijzonder trots op is.
Op zijn vijfde verjaardag, 30 april 1945, krijgt hij het boek
Daantje gaat op reis. Aan de hand van dit boek leert zijn moeder hem lezen.
Vier dagen later overlijdt Jeroens grootmoeder. In juni van dat jaar krijgt
Jeroens zus dysenterie als ze met een rolschaats in het open riool terechtkomt.
Ze wordt tot haar genezing opgenomen in het kampziekenhuis. Eind juli overlijdt
Jeroens opa. In de eerste helft van augustus sterft Nettie Stenvert, Jeroens
vriendinnetje. Jeroen heeft geen emoties meer en denkt alleen maar aan het
inpikken van Netties pop. Om zelf in leven te blijven oefent hij elke dag de
woorden, die zijn moeder hem leert. Iemand die stervende is, is niet meer in
staat om de vliegen van zich af te slaan en daarom jaagt Jeroen elke dag op
vliegen. Ze worden voor hem symbolisch voor de dood.
Begin augustus van 1945 worden twee atoombommen afgeworpen op
Japan (Hirosjima en Nagasaki). Voor straf moeten de gevangenen twaalf uur in de
houding staan en kikkeren. Al hun schamele bezittingen worden verbrand, maar
Jeroen draagt zijn boek van Daantje onder zijn kleren. Het voedsel van een Rode
Kruis-hulpwagen, wordt in een door de vrouwen gegraven gat geworpen. Jeroens
moeder heeft stiekem rijst achter haar BH verstopt, maar wordt mishandeld zodra
ze betrapt wordt. Hierover zegt hij: "Mijn moeder was de mooiste moeder,
op dat moment hield ik op van haar te houden." Drie dagen lang krijgen de
gevangenen geen eten of drinken. Op 2 september 1945 capituleert Japan, maar de
gevangenen moeten nog enkele maanden in het kamp verblijven.
Na de oorlog wordt het gezin weer herenigd. Ze emigreren naar
Nederland. Op 10-jarige leeftijd wordt Jeroen ondergebracht in kostscholen om
opnieuw opgevoed te worden. Hij voelt zich verraden door zijn moeder en wenst
haar dood.
Zes à zeven jaar vóór zijn moeders overlijden, ontmoet Jeroen een
vrouw. Ze heet Liza en een uur na hun kennismaking gaan ze met elkaar naar bed.
Liza loopt mee in de optocht, terwijl Jeroen vanuit het slaapkamerraam kijkt en
denkt: "ik voel niets meer voor haar". Na een verblijf van drie dagen
vertrekt hij om haar weer te vergeten. Een maand voor zijn moeders overlijden,
ontmoet hij Liza opnieuw. Jeroen is dan inmiddels getrouwd en vader geworden
van een dochter. Het gesprek is weinig diepzinnig. Jeroen vraagt zich intussen
af hoe hij geworden is, zoals hij is.
De avond voor het overlijden van zijn moeder krijgt Jeroen bezoek
van de schrijver Ger Verrips. Ze praten over literatuur en politiek. Later op
de avond kijkt Jeroen TV. Hij ergert zich aan de Duitse nasynchronisatie van
een Japanse film. Terwijl hij het eelt van zijn voeten vijlt, vraagt hij zich af
waarom iedereen altijd denkt dat de Duitse onderdrukking 'erger' was, dan de
Japanse.
Jeroen heeft al lange tijd geen contact meer met zijn moeder en
wenst ook niet bij haar crematie aanwezig te zijn. Wel wil hij een uitgebreid
verslag hebben van de plechtigheid. Jeroen besluit als hommage op het tijdstip
van de crematie voor te lezen uit 'Daantje gaat op reis'. Hij kan het boek
helaas niet meer vinden. Jeroen voelt zich ellendig en kan de gedachte aan zijn
moeder niet van zich afzetten. Hij neemt een pil om wat te kalmeren en besluit
dat hij zijn naam niet in de rouwadvertentie vermeld wil zien. Voor zijn gevoel
is zijn moeder al lange tijd geleden overleden. Jeroen raakt verward. Hij
herinnert zich de tijden met Liza en voelt zich opnieuw verliefd. Daarnaast
heeft toch rouwgevoelens voor zijn moedere. Dit verwart hem. Eigenlijk wil hij
helemaal niks voelen. Hij wacht bij de telefoon en hoopt dat zijn moeder belt,
maar dan met de stem van Lisa.
Jeroen vraagt zich af naar welke televisieprogramma's zijn moeder
heeft gekeken, kort voor haar overlijden. Hij krijgt wederom een telefoontje
van het verzorgingstehuis. De persoon vraagt of hij belang heeft bij een
erfstuk. Hij heeft geen belangstelling. Wel krijgt hij enkele weken later haar
fotoalbums te zien. Om zijn gedachten te verzetten, rijdt Jeroen op de dag van
de crematie uren rond. Als hij weer thuis komt, werkt hij verder aan zijn boek
over zelfmoord in de Nederlandstalige literatuur.
Jeroen besluit een boek te schrijven over zijn tijd in Tjideng.
Eigenlijk vindt hij dat hij geen boek màg schrijven over het leven in Tjideng,
omdat hij daar een onbezorgde tijd heeft gehad. Hij was levenslustig en leed
géén honger, omdat zijn moeder regelmatig eten smokkelde. De enige reden die
hij noemt om dit boek te schrijven is 'octaviteit'.
Bron: http://www.boekverslag.nl/Verslag/Bezonken+rood/
1. Verwachtingen
Het boek zelf kwam ik tegen op
zo’n site met een overzicht van literatuur per niveau. Het boek stond op een
stevige niveau 5, dus leek het me wel wat om te lezen. Verwachtingen had ik
eigenlijk niet heel erg, maar ik wist wel dat het boek betrekking zou hebben op
de gruwelheden op Indonesië. Verder had ik wel iets meer verwacht als het ging
om literaire diepte, aangezien het bij niveau 5 werd ingedeeld.
2. Motieven en thema
Moeder-zoon relatie:
Het hoofdthema in Bezonken
rood is de moeder-zoon relatie. Deze is grotendeels verstoord en Jeroen is,
mede daardoor, niet in staat om een duurzame liefdesrelatie met een vrouw aan
te gaan.
Isolement:
Jeroen voelt zich op diverse
manieren in de steek gelaten. Hij voelt zich verraden door zijn moeder, die hem
naar kostscholen stuurt. De dichte mist, die regelmatig in het verhaal
terugkeert, symboliseert zijn geïsoleerde gevoel.
Schuldgevoel:
Jeroen voelt zich medeplichtig
aan alle gruwelijkheden in het interneringskamp, doordat hij er als kleuter bij
heeft staan kijken. Hij heeft wroeging, omdat hij niet heeft ingegrepen. Hij
geeft zelfs toe dat er niet ongelukkig is geweest en dat hij geen
hongergevoelens heeft gehad.
Dood:
Op alle mogelijke manieren
wordt de ik-figuur geconfronteerd met de dood. In zijn jeugdjaren ziet hij in
Tjideng veel gevangenen mishandeld en vermoord worden. Zijn vriendinnetje en
oma overlijden in het kamp. De dood van zijn moeder is de aanleiding tot alle
herinneringen.
3. Beoordeling
a.
Schrijfstijl
De auteur gebruikt weinig moeilijke woorden. Er zijn
geen directe gesprekken en daardoor beleef je de gebeurtenissen eenzijdig,
aangezien men het verhaal alleen maar beleeft door de woorden van Brouwers en
tegelijkertijd wordt het verhaal, naar mijn mening, een tikje onbetrouwbaar,
maar of dat een gegronde uitspraak is…
Verder gebruikt hij veel dubbelzinnigheid d.m.v.
symbolen en uitdrukkingen, trouwens ook een aantal filosofische zinnen, waar je
vaak goed over moet nadenken wil je de rest van het verhaal kunnen volgen.
Er
aber, in seiner gewöhnlichen Art, hüllte sich in Geheimnisse, indem er mich mit
grossen Augen anblickte und mir die Worte wiederholte: „Die Mütter! Mütter! 's
klingt so wunderlich!“ (Pag. 152)
b.
Vertelperspectief
Bezonken rood is geschreven
vanuit een ik-vertelsituatie. De ik-figuur speelt zelf de hoofdrol in zijn
eigen verhaal. De auteur beweert dat al zijn werk autobiografisch is. Dit is
ook precies waar Brouwers op een gegeven moment kritiek op heeft gekregen van
ene Rudy Kousbroek ( vraag me niet hoe ik dit te weten ben gekomen). Volgens
hem zat Bezonken Rood vol leugens en overdrijvingen. Het is een lastige
discussie, aangezien Brouwers het verhaal natuurlijk niet geheel objectief vertelt.
Hij heeft er zelf ooit middenin gezeten en dan is het logisch dat je dingen wat
persoonlijker opvat en er al gauw wat meer superlatieven tegenaan gooit.
Personages
Hetgeen was mij het meest
stoorde aan de personages in dit verhaal was het feit dat je ze maar heel
oppervlakkig leert kennen; er worden immers slechts belangrijke stukjes uit hun
leven verteld: het kamp, de kostschool, de relatie met Liza en de dood van zijn
moeder. Verder was het lastig om Brouwers zelf te begrijpen, ervan uitgaande
dat ook hij een personage in het verhaal is. Vooral de verbitterdheid omtrent
de relatie met zijn moeder is lastig te begrijpen.
4. Eindoordeel
|
|
|
|
Al met al vind ik Bezonken
Rood van Jeroen Brouwers toch een bovengemiddeld boek. Het boek wordt alleen
wel een beetje “afzijdig” beschreven, men leert de personages in zo’n geringe
mate te kennen. Nu ik zo zit te typen zou dat natuurlijk ook een middel van
Brouwers kunnen zijn om het verlaten gevoel dat hij heeft ook aan de lezer te
geven. Dan zou het natuurlijk weer geniaal zijn.
De manier van schrijven is dan
misschien niet prettig, maar is toch zeker wel origineel te noemen; er wordt
vaak dubbelzinnigheid gebruikt waardoor een eigen interpretatie mogelijk is en
de lezer een beetje in de war wordt gebracht. Toch moet ik wel te kennen geven
dat het boek vooral in het begin langdradig is en niet lekker leest. Dit door
de vele herhalingen en gebeurtenissen uit zijn leven en dus al die
dubbelzinnigheid die hij gebruikt. Een ander te noemen punt van kritiek is dat je
gemakkelijk over die dubbelzinnigheid heen leest, waardoor passages, maar ook
het verhaal, later onbegrijpelijk worden.
Tenslotte vind ik het verhaal
erg realistisch geschreven. Je krijgt een goed beeld van het leven in zo’n
Jappenkamp.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten