woensdag 4 januari 2012

Oordeelvorming; De Jacobsladder; 'T Hart, Maarten; Januari 2012.

De Jacobsladder
Maarten ’t Hart: De Jacobsladder,1986, Uitg. De Arbeiderspers te Amsterdam, 255 blz, Roman

Door Bas Klop

Samenvatting:
Het boek begint als Adriaan Vroklage naar een verre tante wordt gestuurd om melk en eieren te halen. Daar ontmoet hij Klaske, een verre nicht en zij beloven elkaar om later met elkaar te trouwen. Als hij daar gegeten heeft, gaat hij met de veerboot terug. Daar ziet hij allemaal oproer bij een aangemeerd fregat. Thuisgekomen denken zijn ouders dat hij tussen wal en schip is geraakt en helemaal vermorzeld is. Maar dan blijkt dat de dode jongen Jan Ruygveen is. Hij voelt zich schuldig, omdat hij niet dood is gegaan. Vanaf dan sluit hij uit boetedoening vriendschap met Anton Ruygveen, Jan’s broer. Eenmaal op de LTS, loopt de vriendschap tussen hem en Anton stuk; hun interesses verschillen te veel. Hendrikje, Anton’s zus, loopt van huis weg, omdat ze veel te streng behandeld werd door haar ouders. Als Adriaan van de LTS afkomt, wordt hij universeel- slijper. Daar gaat alles fout; een man overlijdt en Adriaan krijgt de schuld. Dan krijgt hij te horen dat Job, Anton’s oudere broer, zelfmoord heeft gepleegd, omdat het verlies van Hendrikje hem teveel werd. Adriaan gaat daarna bij de marine als wasser en maakt een tocht met een onderzeebootjager naar de West. Teruggekomen in Maassluis komt hij Klaske weer tegen, die verpleegster is. Via haar wordt Adriaan ook verpleger. Het boek eindigt ermee dat Adriaan in het verpleegtehuis
dhr. Ruygveen tegenkomt, die hem verteld dat zijn vrouw is overleden en dat Jan’s dood geen ongeluk was, maar zelfmoord. Dan beseft Adriaan dat hij tien jaar lang voor niets boete heeft gedaan.
Het hele boek is doordrenkt van het geloof. Er vinden allerlei kerkscheuringen en –samenvoegingen plaats.

Onderbouwing van mijn oordeel
Het boek, De Jacobsladder, is duidelijk geschreven door iemand met een religieus standpunt. Op internet stond dat het boek “doordrenkt was met het geloof”. Daar ben ik het, zij het ten dele, mee eens. Hierdoor staat het boek een stuk verder van mij af en leeft het in mijn ogen minder. Dit heeft weer tot gevolgd dat dit boek geen tot nauwelijks gevoelens bij mij oproept. Zo’n leven als Adriaan heeft is voor mij lastig voor te stellen en zo weet ik als het ware niet wat ik moet voelen. Natuurlijk zijn er wel gebeurtenissen die mij emotioneel enigszins bewogen; de eerste keer was bijna gelijk op het begin toen Adriaan zich verantwoordelijk voelde voor de jongen die tussen schip en wal was geraakt. Het is, tenminste voor mij, te begrijpen dat hij zich verantwoordelijk gaat voelen als zijn kop in de krant staat met de naam van die dode jongen. Ik kreeg wel een soort van medelijden met Adriaan en ging nadenken over hoe ik in zo’n situatie zou reageren. Dit is toch precies wat een boek je behoort te laten doen: je laten nadenken?

Of het verhaal mooi is of niet, dat ligt er maar aan. Het is goed geschreven en het taalgebruik is gevorderd. Daarnaast wordt er veel gebruik gemaakt van “religieuze termen”. Als je niet bekent bent met bijvoorbeeld de verschillende stromingen binnen de Nederlandse Kerk en de hiërarchie binnen de kerk en ander e termen die veel worden gebruikt binnen de Kerk dan raak je snel verdwaald. Men zou dus kunnen zeggen dat het verhaal mooi is, gebaseerd op het schrijven en het taalgebruik, maar men zou ook iets verder kunnen gaan door zichzelf af te vragen: begrijp ik het wel? Natuurlijk kun je Maarten het begrijpen niet verwijten en daarom is het een goed en “mooi” verhaal.

Naar mijn mening is er één standpunt van de auteur dat overheerst: de beschrijving, verklaring en toelichting over een buitengewoon strenge, compromisloze vorm van calvinisme, wat de auteur beschrijft met opmerkelijk veel waardering, met een ondertoon van verbazing en ironie.

 Het verhaal is op en top realistisch. Maarten ’t Hart beschrijft in dit boek een gebeurtenis uit zijn jeugd. Voor ons lijkt het misschien een verzonnen verhaal, maar toch is het, zij het moeilijk te geloven, werkelijkheid.

Het verhaal kent geen echte opbouw. Natuurlijk is er de duidelijke opbouw van 255 bladzijdes en twee verschillende delen genaamd “Een noodwoning voor God” en “Een marktgrond vol roerdompen” die respectievelijk dertien en veertien hoofdstukken tellen. Daarnaast wordt men meteen in het verhaal gegooid en moet men gaandeweg kennismaken met de verschillende personages. Samen met het lastige taalgebruik is het boek dus soms lastig te volgen. Daarmee bedoel ik niet zozeer de gebeurtenissen en waar Adriaan heen gaat enzovoort, maar meer de gevoelens en ideeën die lastig worden beschreven. De emotionele reis die je met de hoofdpersoon behoort te maken is zo lastig te volgen.

De bedoeling van het boek heeft, zoals te verwachten was, een religieus tintje. Het laat zien hoe het is om in een streng gelovige omgeving op te groeien en laat daarnaast ook nog een paart thema’s aan bod komen:
-          De Hemel. Dit is het paradijs, waarin Adriaan twee keer komt ( aan het begin en aan het einde van het boek). Ook gaat het om de manier hoe je er kunt komen, Ruygeveen en grootvader geven beide verschillende denkbeelden.
-          Er zijn verschillende ideeën in dit boek over hoe het leven geleefd moet worden. De grootvader van Adriaan zegt dat je alles moet accepteren zoals het komt en erom moet lachen. De oude Ruygeveen zegt echter dat je volgens de bijbel moet leven en dat van tevoren vaststaat of je in de hemel komt. Deze twee staan haaks op elkaar en aan het eind van het boek lijkt het alsof Maarten de oude Ruygeveen gelijk geeft ( dit kan ook zo lijken omdat deze het meest op ’t Harts eigen opvoeding lijkt ).

Door Bas Klop, klas 5A








1 opmerking:

  1. Blegh, dit boek lijkt mij nou helemaal niks, maar dat komt vooral dat ik zelf niks met religie heb. Op zich lijkt het verhaal wel redelijk interessant maar die hele thematiek staat mij niet aan. Ik vind dat je dat goed voor me hebt aangekaart. Ook vind ik het ontbreken van opbouw en het gaandeweg het leren kennen van personages een minpunt.

    Ik vind dat je dit betoog goed hebt geschreven, op een paar spelfouten na, en dat je mij goed hebt laten zien, dat ik dit boek niet moet gaan lezen.

    BeantwoordenVerwijderen