zaterdag 3 september 2011

Recensie, Ilios, Imme Dros, Februari 2011

Ilios: Het verhaal van de Trojaanse oorlog
Imme Dros: Ilios, 1999, Uitg. Querido Amsterdam/Antwerpen, 217 blz, bewerking en navertelling voor de jeugd van de Odyssee van Homerus
Door Bas klop

“Bezing, godin, de wrok van Peleus’ zoon Achilleus, die verwenste, die de Grieken talloze rampen bezorgde en veel krachtige levens van helden voorwierp aan Hades , en henzelf tot prooi maakte voor honden en alle  vogels – zo ging Zeus’ wil in vervulling – vanaf het moment dat een ruzie uitbrak tussen de leider van de mannen, Agamemnon, en de stralende Achileus”.

De Ilias van Homerus, r. 1.1 – 7, bewerkt,

Imme Dros werd op 26 september 1936 in Oudeschild op Texel geboren. Zij was de oudste uit een bakkersgezin. Als klein kind al leefde zij het leven van een, weliswaar jonge, schrijfster. Omdat ze, naar eigen zeggen, erg vroeg naar bed moest begon ze uit pure verveling verhalen te verzinnen. Toen ze met een aantal verhalen in haar hoofd rondliep, begon zij ze op te schrijven. In haar tijd was er nog geen middelbare school. Ze ging daarom naar de ULO in Den Helder. Tijdens deze opleiding stapte zij over naar 4 Gymanasium. Na het Gymnasium ging zij Nederlands studeren. In 1963 trouwde ze met Harrie Geelen en in 1964 werd hun zoon Pieter geboren. In 1969 kreeg ze een baan bij een reclamebureau. Na een half jaar begon ze mee te schrijven aan de televisieserie Ti-ta-tovenaar. Haar eerste kinderboek heet Het paard Rudolf. In 1981 kreeg ze voor het eerst een gouden griffel voor het boek De zomer van dat jaar.

Ilios is zeker niet haar eerste boek dat gaat over een verhaal uit de klassieke mythologie. In 1989 verscheen al De reizen van de slimme man, dat gaat over de verdwijning van Odysseus na de Trojaanse oorlog en de avonturen die hij tijdens zijn tien jaar durende reis naar huis meemaakt.
In dit boek laat zij Ares, de Griekse god van de oorlog, aan het woord. Hij vertelt de lezer alles van voor, tijdens en na de oorlog en is ook zeker niet bescheiden zijn mening te geven over de gang van zaken.
Interesse voor het onderwerp is er bij mij genoeg. Nu maar hopen dat Dros er wat moois van heeft weten te maken!  

Het citaat geeft goed weer wat centraal staat in dit boek: de handelsoorlog tussen Troje en de Grieken in de 12de – 13de eeuw v. Chr.
Ooit was er in het Oude Griekenland een koning, Tyndareos genaamd. Hij had een beeldschone dochter, Helena. Velen noemden haar ook wel de mooiste vrouw van de wereld.
Van heinde en ver kwamen vrijers om met haar te trouwen. In het paleis was het daardoor één grote chaos. De koning zag het niet meer zitten, maar toen kwam de altijd listige Odysseus, koning van Ithaka, naar voren.
Hij stelde voor dat alle vrijers een eed zwoeren, dat zij degene die Helena koos zouden steunen ten tijde van nood.
Helena koos Menelaos, koning van Sparta, en men zwoer de eed hem te steunen. Het huwelijk was echter van korte duur, want op een dag werd zij door de Trojaanse prins Paris geschaakt. Hem was namelijk volgens het Parisoordeel de liefde van de mooiste vrouw van de wereld beloofd.
Menelaos riep elke oud-vrijer op zijn eed na te komen en mee te vechten in een oorlog tegen Troje, om zijn eer te wreken.
De Griekse legeraanvoerders komen samen bij Aulis.

Bij de Grieken zijn twee hoofdpersonen te onderscheiden: Menelaos, man van Helena, die alle oud-vrijers oproept hun eed na te komen en Agamemnon, koning van Mykene, die met zijn leger een groot deel van het totale Griekse leger vormt en uiteindelijk tot opperbevelhebber wordt verkozen. Dit zijn allebei grote mannen met veel macht. Agamemnon heeft wel andere beweegredenen voor de oorlog met Troje dan Menelaos.
Bij aankomst al heeft opperbevelhebber Agamemnon een hekel aan Achilleus. Later, als hij ziet dat hij zonder Achilles en zijn Myrmidonen niet kan winnen, geeft hij op en sluit vrede met Achilleus
Verder zijn er nog andere belangrijke legeraanvoerders: Achilleus, verantwoordelijk voor de dood van Hektor, Peleus, vader van Achilleus en koning van de Myrmidonen, Odysseus, koning van Ithaka en bedenker van de list die uiteindelijk Troje naar haar ondergang leidt.
Na wat oponthoud vertrekt de vloot richting de kust van Troje. Met ietwat een omweg komt men aan land. De Grieken zetten een kamp op met in het achterhoofd het idee van een langdurige belegering.

Bij de Trojanen is er één echte hoofdpersoon aan te wijzen: Hektor, zoon van koning Priamos en aanvoerder van het Trojaanse leger.
In het boek wordt verder geen aandacht besteed aan andere Trojaanse legeraanvoerders.

De oorlog duurt tien jaar voort, totdat koning Odysseus van Ithaka met misschien wel zijn beroemdste list komt; hij stelt voor een groot houten paard te maken en in de holle buik van het gevaarte de dertig beste Griekse soldaten te verstoppen. Ervan uitgaande dat de Trojanen het paard de stad inslepen en feestend de nacht in gaan, zullen deze soldaten als hinderlaag dienen. Zij zullen de wachters bij de poort doden, de verscholen vloot een afgesproken teken geven en de poort openen. Dan zal Troje in diezelfde nacht vallen.
En zo is het gebeurt: de Grieken bouwden het paard en inderdaad sleepten de Trojanen het gevaarte in volle glorie de stad in en kregen al feestend het cadeau van de slaap.
Troje brandt nog diezelfde nacht.

Het verhaal rammelt hier en daar, zoals bij de meeste mythen. Het eerste wat duidelijk opvalt is de bemoeienis van de goden. Dit kan natuurlijk door Homerus gebruikt worden om het toeval of bepaalde gebeurtenissen te verklaren, maar tijdens het boek lijkt het of de goden soms ook daadwerkelijk meevechten en door de mensen gezien worden.

Ten tweede de halfgod Achilleus. Hij zou zo goed als ontsterfelijk zijn, behalve als hij geraakt zou worden op zijn hiel. Een normaal mens is op elke plek kwetsbaar voor scherp staal en daarom is ook dit niet erg geloofwaardig. Achilleus is maar een voorbeeld; bij veel helden is zo’n eigenschap te herkennen.

Ten derde de tien jaar lang durende oorlog. Mij is niet wijs te maken, dat een leger bereid is tien jaar lang te vechten, ver weg van vrouw en kinderen, om een eed na te komen. Bovendien heeft geen enkele “normale” soldaat belang bij de oorlog. Het zijn vooral Menelaos, om zijn eer, en Agamemnon met als beweegreden de handelspositie van Troje, die er belang bij hebben.
Imme Dros schrijft hier natuurlijk wel op het voorbeeld van Homerus twee duizend jaar geleden. Deze opmerkingen gelden dan ook meer voor hem, dan voor haar.

Opmerkelijk is te zien hoeveel het verhaal, zoals vertelt in dit boek, verschilt met de film. Zo duurt de oorlog in de film maar een paar weken, terwijl de oorlog oorspronkelijk tien jaar duurde. Helena wil volgens het oorspronkelijke verhaal dolgraag terug naar Menelaos aan het eind van de oorlog, maar in de film vlucht zij zelfs nog een tweede keer van hem. Dit doet zij, volgens de film, samen met Paris. Volgens Homerus echter, is Aeneas degene die vlucht ( en later ook Rome sticht ) en wordt Paris al in de oorlog gedood.

Na enkele stukken van de Ilias te hebben gelezen ben ik van mening dat het verhaal, zoals verteld in dit boek, grotendeels overeenkomt met het origineel. Dros heeft er een leuke draai aan gegeven door de oorlogsgod Ares het verhaal te laten vertellen en zijn mening te geven over de gebeurtenissen. Alleen al hierom is dit boek een aanrader voor mensen die het originele verhaal al eens hebben gelezen.
Wat verwacht wordt, wordt waargemaakt en ook overtroffen; het boek verhaalt een epos, waarin de Grieken tegen de Trojanen strijden.
Gedurende deze tien jaar lange strijd zijn beurtelings de Grieken en de Trojanen aan de winnende hand. Imme Dros richt het oog in Ilios: Het verhaal van de Trojaanse oorlog vooral op het Griekse kamp en de gebeurtenissen worden op een ironische en soms zelfs cynische wijze door Ares geïnterpreteerd.

Bas Klop, klas 4A














































1 opmerking:

  1. Ik wist niet dat er nog nieuwe versies werden gemaakt van de klassieke verhalen. Wel leuk dat je dan kiest voor zo'n verhaal als dit, als je kijkt naar onze school.

    Wel vind ik het raar dat je de bemoeienis van de goden bijna negatief vindt, althans zo lijkt het. Dat is juist hetgeen wat de klassieke verhalen zo leuk maakt; de ongezouten mening van de goden.

    Wel ben ik het met je eens over de TIEN-jaar durende oorlog. Hier had ik al problemen mee met het origineel en dat zou ik waarschijnlijk ook met dit boek hebben als ik het zelf zou lezen. Tien jaar is wel erg lang om een domme eed te vervullen...

    BeantwoordenVerwijderen