maandag 28 mei 2012

Betoog Verlichting, "De wiskunstenaars of 't gevluchte juffertje", Pieter Langendijk


 “De wiskunstenaars of ’t gevluchte juffertje”
Verlichtend(?)

Eelhart is een Amsterdams heer die verliefd is op de Utrechtse juffer Izabel. Izabel wordt door haar oom en voogd Anzelmus opgesloten, omdat die boos is over haar verbintenis met een voor hem onbekende jongen uit Amsterdam, Eelhart. Daarom moet ze trouwen met een jonge geleerde, Raabollius, maar Izabel vlucht met haar knecht Katrijn naar een herberg in Loenen. Anzelmus en Raasbollius zoeken vervolgens in Utrecht naar hen, maar dat levert niks op, dus gaan ze naar Amsterdam, aldus zij vermoeden dat Izabel naar haar minnaar is gevlucht. Onderweg zijn zij gedwongen te overnachten in een herberg. Eelhart is door gelijkende omstandigheden gedwongen tot hetzelfde lot met zijn knecht Filippijn. Izabel en Katrijn blijken ook te overnachten in de herberg. Een andere gast van de Waard is een dokter Urinaal. Hier vindt het verhaal plaats, “laat in den Avond”,  en wordt bepaald met wie Izabel haar leven gaat delen.

De Verlichting
De Verlichting kunnen we omschrijven als een progressieve stroming waarin allerlei nieuwe ideeën werden verkondigd. In de literatuur treffen we dit nieuwe eigenlijk alleen aan in de proza. In het toneel en de poëzie heerste het neoclassicisme: men volgde de “klassieke” regels, te denken aan de eenheid van tijd, plaats en handeling. Het is de tijd waarin geleerden met hun verstand proberen het in duisternis levende volk leiding te geven, een doel, en het te beschaven tot eveneens verstandige mensen. Daarbij wordt in veelvoud gebruik gemaakt van actuele kwesties om te laten zien hoe het wel moet en hoe niet, didactische voorbeelden dus. Welk middel diende dat doel beter dan het imaginaire reisverhaal, waarbij men een reis beschrijft die nooit heeft plaatsgevonden, maar waarin de schijn wordt opgehouden dat het om een echte reis gaat. Door de reis langs allerlei landen met verschillende bestuursvormen en naar ideale  werelden te laten gaan werd het didactische doeleinde vaak goed bereikt.[1]

De klucht
Is het boek “de wiskunstenaars of ’t gevluchte juffertje” van Pieter Langendijk representatief voor het gedachtegoed van de Verlichting, dat is de vraag waar ik een antwoord op hoop te kunnen geven.

In de eenakter lopen eigenlijk twee verhalen door elkaar. Aan de ene kant is er het verhaal van Eelhart en Izabel, die elkaar liefhebben, maar niet kunnen liefhebben. Aan de ander kant is er de verhitte discussie tussen dokter Raasbollius en Urinaal over een astronomische kwestie: draait de zon om de aarde of de aarde om de zon? Deze discussie is een prachtig voorbeeld van een didactisch-verlichtende discussie, waarmee Langendijk tracht een destijds lastige kwestie helder te krijgen voor het gewone volk; als Raasbollius en Urinaal namelijk naar buiten zijn gegaan om de eclips te zien, hoort de waard hun gesprek. Als hij later weer de herberg binnenkomt zegt hij: “Dat zyn eerst gekken van geleerden! Rechte suffers!  Zy staan daar allebei te tuuren naar de maan, en brabb’len taal, die hond of kat niet kan verstaan.” De waard representeert hier dus het onopgevoede volk, dat iets wordt geleerd, wat een belangrijk kenmerk is van de Verlichting.

In de discussie hangt Raabollius, een raasbol is een warhoofd, de Middeleeuwste theorie aan dat de aarde het middelpunt is het van het heelal, terwijl Urinaal de destijds moderne theorie van Copernicus aanhangt die beweert dat de zon het middelpunt is en dat de aarde om de zon draait.
Uiteindelijk wint Urinaal de discussie en draait Raasbollius door. De uitkomst van de discussie lijkt dus ook kritiek te bevatten op de Middeleeuwen.

Een klein puntje van kritiek op het verhaal, trouwens, is de rol van het toeval; op schijnbaar toevallige wijze komen alle personen van het kluchtspel op dezelfde avond in dezelfde herberg samen. Volgens de bijgevoegde inleiding is er door de jaren heen veel kritiek geweest op het gebruik van het toeval door Langendijk, niet alleen in dit werk trouwens.[2]  Zelf vind ik die kritiek ongegrond, omdat toeval iets is van het dagelijks leven, alleen valt het hier meer op, omdat het zoveel is in zo’n klein verhaal.

Verder is een zeer representatief kenmerk van deze eenakter de eenheid van tijd, plaats en handeling, wat zoveel inhoudt als dat het verhaal zich op één plaats afspeelt, een beperkt tijdsbestek heeft, meestal 24 uur en het plot één geheel vormt. Dit is goed terug te zien in het stuk, wat zich afspeelt op een avond in een herberg in Loenen en wordt beheerste door één intrige, de verliefdheid van Eelhart en Izabel.

Al met al kunnen we dus stellen dat “de wiskunstenaars of ’t gevluchte juffertje” van Pieter Langendijk zeer representatief is voor het gedachtegoed van deVerlichting. Dit omdat het onopgevoede volk wordt opgevoed, de Middeleeuwen belachelijk wordt gemaakt en er een duidelijke eenheid is van tijd, plaats en handeling.


[1] “Vakspecifiek deel Nederlands; Renaissance, Verlichting en Romantiek”, p. 11-12.
[2] “De wiskunstenaars of ’t gevluchte juffertje”, Pierter Langendijk, 1715, B.V.W.J. Thieme & Cie –Zutphen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten