“De wiskunstenaars of ’t
gevluchte juffertje”
Verlichtend(?)
Eelhart is een Amsterdams heer die
verliefd is op de Utrechtse juffer Izabel. Izabel wordt door haar oom en voogd
Anzelmus opgesloten, omdat die boos is over haar verbintenis met een voor hem
onbekende jongen uit Amsterdam, Eelhart. Daarom moet ze trouwen met een jonge
geleerde, Raabollius, maar Izabel vlucht met haar knecht Katrijn naar een
herberg in Loenen. Anzelmus en Raasbollius zoeken vervolgens in Utrecht naar
hen, maar dat levert niks op, dus gaan ze naar Amsterdam, aldus zij vermoeden
dat Izabel naar haar minnaar is gevlucht. Onderweg zijn zij gedwongen te
overnachten in een herberg. Eelhart is door gelijkende omstandigheden gedwongen
tot hetzelfde lot met zijn knecht Filippijn. Izabel en Katrijn blijken ook te
overnachten in de herberg. Een andere gast van de Waard is een dokter Urinaal.
Hier vindt het verhaal plaats, “laat in den Avond”, en wordt bepaald met wie Izabel haar leven
gaat delen.
De Verlichting
De Verlichting kunnen we omschrijven als een progressieve stroming
waarin allerlei nieuwe ideeën werden verkondigd. In de literatuur treffen we
dit nieuwe eigenlijk alleen aan in de proza. In het toneel en de poëzie heerste
het neoclassicisme: men volgde de “klassieke” regels, te denken aan de eenheid
van tijd, plaats en handeling. Het is de tijd waarin geleerden met hun verstand
proberen het in duisternis levende volk leiding te geven, een doel, en het te
beschaven tot eveneens verstandige mensen. Daarbij wordt in veelvoud gebruik
gemaakt van actuele kwesties om te laten zien hoe het wel moet en hoe niet,
didactische voorbeelden dus. Welk middel diende dat doel beter dan het
imaginaire reisverhaal, waarbij men een reis beschrijft die nooit heeft
plaatsgevonden, maar waarin de schijn wordt opgehouden dat het om een echte
reis gaat. Door de reis langs allerlei landen met verschillende bestuursvormen
en naar ideale werelden te laten gaan
werd het didactische doeleinde vaak goed bereikt.[1]
De klucht
Is het boek “de wiskunstenaars of ’t gevluchte juffertje” van
Pieter Langendijk representatief voor het gedachtegoed van de Verlichting, dat
is de vraag waar ik een antwoord op hoop te kunnen geven.
In de eenakter lopen eigenlijk twee verhalen door elkaar. Aan de
ene kant is er het verhaal van Eelhart en Izabel, die elkaar liefhebben, maar
niet kunnen liefhebben. Aan de ander kant is er de verhitte discussie tussen
dokter Raasbollius en Urinaal over een astronomische kwestie: draait de zon om
de aarde of de aarde om de zon? Deze discussie is een prachtig voorbeeld van
een didactisch-verlichtende discussie, waarmee Langendijk tracht een destijds
lastige kwestie helder te krijgen voor het gewone volk; als Raasbollius en
Urinaal namelijk naar buiten zijn gegaan om de eclips te zien, hoort de waard
hun gesprek. Als hij later weer de herberg binnenkomt zegt hij: “Dat zyn eerst
gekken van geleerden! Rechte suffers! Zy
staan daar allebei te tuuren naar de maan, en brabb’len taal, die hond of kat
niet kan verstaan.” De waard representeert hier dus het onopgevoede volk, dat
iets wordt geleerd, wat een belangrijk kenmerk is van de Verlichting.
In de discussie hangt Raabollius, een raasbol is een warhoofd, de
Middeleeuwste theorie aan dat de aarde het middelpunt is het van het heelal,
terwijl Urinaal de destijds moderne theorie van Copernicus aanhangt die beweert
dat de zon het middelpunt is en dat de aarde om de zon draait.
Uiteindelijk wint Urinaal de discussie en draait Raasbollius door.
De uitkomst van de discussie lijkt dus ook kritiek te bevatten op de
Middeleeuwen.
Een klein puntje van kritiek op het verhaal, trouwens, is de rol
van het toeval; op schijnbaar toevallige wijze komen alle personen van het kluchtspel
op dezelfde avond in dezelfde herberg samen. Volgens de bijgevoegde inleiding
is er door de jaren heen veel kritiek geweest op het gebruik van het toeval
door Langendijk, niet alleen in dit werk trouwens.[2] Zelf vind ik die kritiek ongegrond, omdat toeval
iets is van het dagelijks leven, alleen valt het hier meer op, omdat het zoveel
is in zo’n klein verhaal.
Verder is een zeer representatief kenmerk van deze eenakter de
eenheid van tijd, plaats en handeling, wat zoveel inhoudt als dat het verhaal
zich op één plaats afspeelt, een beperkt tijdsbestek heeft, meestal 24 uur en
het plot één geheel vormt. Dit is goed terug te zien in het stuk, wat zich
afspeelt op een avond in een herberg in Loenen en wordt beheerste door één
intrige, de verliefdheid van Eelhart en Izabel.
Al met al kunnen we dus stellen dat “de wiskunstenaars of ’t
gevluchte juffertje” van Pieter Langendijk zeer representatief is voor het
gedachtegoed van deVerlichting. Dit omdat het onopgevoede volk wordt opgevoed,
de Middeleeuwen belachelijk wordt gemaakt en er een duidelijke eenheid is van
tijd, plaats en handeling.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten